Om het nieuwe jaar in te zetten beginnen we met een stukje geschiedenis van hoe deze feestdagen in onze huizen is binnengekomen.

Geniet van de eerste dag van het nieuwe jaar en van een stukje “light reading” op wat voor veel mensen een vrije dag is.

HAPPY NEW YEAR aan iedereen !   It’s 2016 !!!!!!!

De oorsprong

In het midden van de 16de eeuw begon Nieuwjaar in verschillende streken op een andere datum:

op 1 maart, Pasen, op kerstdag óf op 1 januari.

In 1563 besliste de Franse koning Karel IX dat 1 januari voortaan nieuwjaarsdag zou zijn. Op 16 juni 1575 nam Luis de Requesens y Zúñiga dezelfde beslissing voor de Zuidelijke Nederlanden. Na de invoering van de gregoriaanse kalender in 1582 haalde 1 januari het als nieuwjaardag in steeds meer landen in Europa en daarna de wereld (met vandaag nog steeds als grote uitzondering het Chinese nieuwjaar). Oorspronkelijk werd in sommige streken acht dagen na Kerstmis de besnijdenis van Christus herdacht, maar hieraan wordt al lange tijd geen aandacht meer geschonken. Nieuwjaar is dus geen uitsluitend christelijk feest, want alle levensbeschouwingen vieren namelijk de overgang van oud naar nieuw.

Oudejaarsavond

Het vieren van de overgang van oud naar nieuw vangt aan op oudejaarsavond. Sommigen spreken van Sylvesteravond, naar de gelijknamige paus uit de vierde eeuw. De heilig verklaarde paus wordt door katholieken immers op 31 december gevierd, wat tevens ook zijn sterfdag is.

Op oudejaarsavond komen families en vrienden vaak bijeen voor een uitgebreide feestmaaltijd. In tegenstelling tot op kerstavond kiezen heel wat mensen ervoor om uit eten te gaan in één van de vele restaurants die een oudejaarsmenu aanbieden. Volgens een recente studie zou het gaan om één op de tien feestvierders. Oudejaarsavond is dan ook minder een familieaangelegenheid en wordt niet uitsluitend thuis gevierd. Veel mensen trekken rond middernacht naar het centrum van de stad om het vuurwerk te bewonderen. Sommigen gaan daarna nog uit en dansen tot in de vroege uurtjes.

Aftellen en champagne!

Wanneer het bijna middernacht is, wordt luidkeels afgeteld naar het nieuwe jaar. Hierbij wordt in de meeste gevallen geklonken met champagne, die wordt gezien als een gelukswijn. Champagne zoals we die nu kennen, als een schuimende wijn, werd pas vanaf het begin van de 18de eeuw op regelmatige basis gemaakt. Niet iedere parelende wijn mag zich zomaar champagne noemen. Dat mogen enkel die wijnen uit de champagnestreek die volgens een bepaalde methode zijn gemaakt. De grenzen van die regio werden in 1927 wettelijk vastgelegd. De laatste jaren zijn de Spaanse en Italiaanse varianten (cava en prosecco) aan een opmars bezig.

Over waarom mensen klinken met glazen bestaan verschillende theorieën. Volgens sommigen klinken we omdat dat de boze geesten zou verjagen. Anderen beweren dan weer dat de gewoonte een voorzorgsmaatregel uit de middeleeuwen is. Om er zeker van te zijn dat de aangeboden drank geen gif bevatte, tikte men de bekers vrij hard tegen elkaar. Daardoor spatte de wijn op en vermengden de dranken zich met elkaar. Als één van de partijen daarna niet dronk, wekte dat argwaan op.

Vandaag de dag is het klinken van de glazen eerder een teken van genegenheid en goede wil dan van veiligheid en argwaan. Na het klinken, zeggen de feestvierders ‘gelukkig Nieuwjaar’ en geven ze elkaar een aantal kussen. Dat zijn er doorgaans drie, al worden er in sommige streken van ons land ook vier kussen gegeven om het nieuwe jaar in te zetten.

Vuurwerk

Ter ere van de jaarwisseling wordt tegenwoordig vuurwerk ontstoken. Vroeger klonken kanonschoten door de straten, maar via China is vuurwerk ook in onze kontreien populair geworden en heeft het de plaats ingenomen van de kanonschoten.

In de 18de en 19de eeuw organiseerde de adel af en toe vuurwerkspektakels tijdens belangrijke feesten. In België speelde vuurwerk al vrij vroeg een rol bij officiële openbare feesten. In 1834 bijvoorbeeld werd er een groot vuurwerk ontstoken tijdens de laatste dag van de Nationale Feesten, die toen nog in september werden gevierd. Vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw organiseerden heel wat steden en gemeenten regelmatig vuurwerk tijdens publieke feesten. Vandaag de dag trakteren de meeste grote steden hun inwoners op een vuurwerkspektakel op oudejaarsavond. Ook heel wat particulieren steken op dat moment vuurwerk af in hun tuin. Vaak luiden tijdens de jaarwisseling de kerkklokken en loeien er overal sirenes.

Al dat lawaai diende er oorspronkelijk voor, om ervoor te zorgen dat de slechte geesten werden verjaagd. Vandaag de dag staat zo goed als niemand nog stil bij deze betekenis en wordt er vooral veel lawaai gemaakt omdat dat leuk wordt gevonden.

Nieuwjaarsdag

Ook op nieuwjaarsdag zelf komen families en vrienden vaak bijeen om aan elkaar gelukwensen over te brengen en om goede voornemens aan elkaar kenbaar te maken. Soms worden er zelfs geschenken uitgedeeld. Velen stellen dit familiefeest echter enkele dagen uit omdat er de avond ervoor doorgaans te lang wordt gefeest. Velen brengen nieuwjaarsdag zelf dus in hun bed of luierend in de zetel door.

Nieuwjaarsbrieven

Het voorlezen van nieuwjaarsbrieven op 1 januari is ongetwijfeld het bekendste nieuwjaarsgebruik in Vlaanderen.

Die gewoonte gaat bovendien al eeuwen terug. Zo zijn er brieven bewaard van de uitgeversfamilie Plantijn-Moretus uit het einde van de 16de eeuw. De jongens schreven gedichten in het Latijn en werden daarvoor beloond met boeken. Nieuwjaarsbrieven waren in die tijd geen wijdverspreid fenomeen en kwamen slechts voor bij gezinnen uit de rijke burgerij.

In de loop van de 18de eeuw drong het schrijven van nieuwjaarsbrieven door in de scholen, waardoor de traditie stilaan meer ingeburgerd raakte. Toch kunnen we nog niet spreken van een grote doorbraak. Door sociale omstandigheden gingen heel wat kinderen immers niet naar school.

Dat veranderende aan het einde van de negentiende eeuw, maar vooral door de invoering van de algemene leerplicht in 1914. In die periode steeg de populariteit van nieuwjaarsbrieven aanzienlijk en werd het gebruik verspreid onder alle lagen van de bevolking. Ook in Nederland werden nieuwjaarsbrieven op school geschreven, maar daar verdwenen ze na de Tweede Wereldoorlog.

Aanvankelijk waren de brieven mooie bladen met vergulde of zilveren randen. De leerkracht schreef de aanhef doorgaans zelf, in sierlijke letters. De kinderen moesten daarna foutloos de rest van de tekst overpennen in schoonschrift. Vaak gingen daar ettelijke kalligrafielessen aan vooraf. Niet alleen het schrijven, ook de inhoud van de brief was vaak een hele uitdaging. De zelfgeschreven wensen waren meestal lang en in moeilijke woorden geformuleerd. In iedere brief bedankte het kind de volwassenen voor de goede zorgen, wenste het hen het allerbeste toe voor het nieuwe jaar en beloofde het om volgend jaar nog beter zijn best te doen op school.

Een typische zin uit een brief van rond de eeuwwisseling ging bijvoorbeeld als volgt: ‘Nu ook ben ik hier weer om u mijn gelukwensen aan te bieden, om u te verzekeren dat mijn liefde niet verzwakt en dat ik immer trouw wil blijven aan de goede voornemens, die ik reeds zo menigmaal heb gevormd.’ Voor de kinderen was het geen sinecure om dergelijke brieven voor te lezen.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de nieuwjaarsbrieven meer afgestemd op de leefwereld van het kind. Het besef groeide dat kinderen het moeilijke vocabularium en de lange volzinnen niet altijd even goed begrepen. De wensen werden korter en makkelijker van taal. Ook werd er meer gebruik gemaakt van rijm, zeker bij de jongste kinderen.

In de jaren 1960 klonk een typische nieuwjaarswens als volgt: ‘Liefste ouders, ‘k Wist het wel dat alle mensen U vandaag weer Nieuwjaar wensen. En ik dacht, er moet van mij ook dan maar een woordje bij.’ Ook de vorm van de brieven veranderde grondig in die periode. Nieuwjaarsbrieven werden steeds vaker commercieel geproduceerd, waardoor de afbeeldingen kinderlijker werden. De katholieke symbolen zoals een afbeelding van het Heilig Hart, Jezus, Maria of de Heilige Antonius ruimden vanaf de jaren 1960 steeds vaker plaats voor wintertaferelen. Uitgever Ben Roggeman uit Schellebelle speelde daarbij bij een belangrijke rol. In 1960 bracht hij het boek ‘De honderd nieuwjaarsbrieven voor kinderen van de lagere school’ uit waarin hij meer dan één lans brak voor de vernieuwing van de nieuwjaarsbrief.

Vandaag wordt de nieuwjaarsbrief, meestal in versvorm, op school geschreven en ingestudeerd. Op Nieuwjaar wordt de brief door kinderen jonger dan twaalf jaar aan de ouders, de grootouders, de (doop)meter en de (doop)peter voorgelezen. Niet alle scholen kiezen nog voor een traditionele brief. Zo worden de wensen soms geschreven op een creatief bewerkte T-shirt, een puzzel of zelfs vers gebakken koekjes. Nadat de brief is voorgedragen, wordt er geapplaudisseerd en krijgt het kind een kleine beloning zoals een cadeautje of geld. Dikwijls wordt er ook al lachend gezegd: “Liefste meter/peter, hoe meer je me geeft, hoe beter!”

Nieuwjaarswensen

Vóór of na Nieuwjaar worden er postkaarten verstuurd naar familie en vrienden met daarop de mooiste nieuwjaarswensen. Kaarten met nieuwjaarswensen worden soms ook kerstkaarten genoemd omdat ze vaak kerst- en eindejaarswensen combineren.

De allereerste commerciële kerstkaart (1843) wordt toegeschreven aan de Britse tekenaar John Calcott Horsley. Die tekende een familie tijdens het kerstdiner. Op de kaart stond ‘A Merry Christmas and a Happy New Year to You’, een zin die nog steeds heel wat kerstkaarten siert. Vanuit Groot-Brittannië waaide het gebruik over naar onze contreien.

De etiquetteregels van de negentiende eeuw bepaalden dat men zijn naasten binnen de veertien dagen na Nieuwjaar het beste moest toewensen. Die bezoeken werden langzaamaan vervangen door schriftelijke wensen op een gedrukte postkaart. De allereerste postzegel van België werd uitgegeven in het jaar 1849. Het versturen van kaarten werd op die manier veel goedkoper. Rond de eeuwwisseling daalde ook de prijs van de wenskaarten aanzienlijk, dankzij nieuwe drukprocedés en de interesse van een aantal grote uitgeverijen. Die drukten de postkaarten massaal op dik karton op het standaardformaat van 9 op 14 cm.

Het versturen van kerstkaarten is nog steeds populair. Tegenwoordig worden er echter minder en minder kaarten met de post verstuurd. In de plaats daarvan kiezen de meesten voor een e-card of een sms die naar velen tegelijk kan worden gestuurd. Op oudejaarsavond worden er wereldwijd zodanig veel sms’jes verstuurd dat de verschillende netwerken meestal overbelast geraken.

HAPPY NEW YEAR !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Bron :

http://www.lecavzw.be/tradities/rituelen/oudejaarsavond-en-nieuwjaar

call2action_post_mag

Download hier

Comments are closed.